|
Koninginnedag 2005 Cafe Restaurant Verheyden in Arnhem
12.00 uur met de AUBADE.
Onder leiding van de Hr. Verheyden als dirigent en met medewerking van het duo “LANGS DE LIJN” worden een aantal Hollandse liederen gezongen. De tekst wordt aan ieder die mee wil zingen verstrekt. De teksten zijn inmiddels een collector’s item! Na het Wilhelmus krijgt iedereen een glas Oranjebitter en wordt een toost uitgebracht op de op het balkon aanwezige “Koningin”.
De Liederen:
ONS GELDERLAND
Waar der beuken breede kronen ons hun koele schaduw biên;
Waar we groene denneboschen paarse heidevelden zien;
Waar de blonde rogge-akker en het beekj’ons oog bekoort;
Daar is onze Vale ouwe, kostlijk deel van Gelre’s oord;
Daar is onze Vale ouwe, kostlijk deel van Gelre’s oord.
Waar bij zomerzon de boomgaard kleurig ooft de wand’laar toont;
En de vruchtb’re korenakker stagen arbeid rijk’lijk loont;
Waar het aarige rivierke rustig stroomt langs groenen boord;
Daar is onze Rijke Betuw, kostlijk deel van Gelre’s oord;
Daar is onze Rijke Betuw, kostlijk deel van Gelre’s oord.
Waar kastelen statig rijzen rond door park en bos omringd;
Waar het voog’lenkoor zijn lied’ren in het dichte lover zingt;
Waar het lieflijk schoon van ‘t landschap ‘t oog der schilders
steeds bekoort:
Daar is onze olde Graafschap, kostlijk deel van Gelre’s oord;
Daar is onze olde Graafschap, kostlijk deel van Gelre’s oord.
DE ZILVERVLOOT
Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
De zilveren vloot van Spanje ?
Die had er veel Spaansche matten aan boord
en appeltjes van Oranje.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein, zijn naam is klein.
Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot:
die heeft gewonnen de zilveren vloot,
die heeft gewonnen, gewonnen, de zilv’ren vloot ! Zei toen niet Piet Hein met een aalwaerig woord:
“Wel jongetjes van Oranje,
Kom klim’res aan dit en dat Spaansche boord
en rol me die matten van Spanje !”
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein, zijn naam is klein.
Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot:
die heeft gewonnen de zilveren vloot,
die heeft gewonnen, gewonnen, de zilv’ren vloot !
Klommen niet de jongens als ratten in ‘t want
en vochten ze niet als leeuwen ?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand’
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein, zijn naam is klein.
Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot:
die heeft gewonnen de zilveren vloot,
die heeft gewonnen, gewonnen, de zilv’ren vloot !
MIJN NEDERLAND
Waar de blanke top der duinen schittert in de zonnegloed
En de Noordzee vriend’lijk bruisend Neerlands smalle kust begroet,
Juich ik aan het vlakke strand, juich ik aan het vlakke strand:
‘k Heb u lief, mijn Nederland, ‘k Heb u lief, mijn Nederland !
Waar het lachend groen der heuvels, ‘t kleed der stille heide omzoomt,
Waar langs rijk beladen velden, Rijn of Maas of Schelde stroomt,
Klinkt mijn lied op ouden trant, Klinkt mijn lied op ouden trant,
‘k Heb u lief, mijn Nederland, ‘k Heb u lief, mijn Nederland !
Blijft gezegend, land der Vad’ren, maak uw eendracht sterk en groot;
Blijf ‘t volk der Koninginne, hou en trouw in nood en dood !
Doe zoo ieder ‘t woord gestand, doe zoo ieder ‘t woord gestand:
‘k Heb u lief, mijn Nederland, ‘k Heb u lief, mijn Nederland
FERME JONGENS, STOERE KNAPEN
Ferme jongens, stoere knapen, foei hoe suffend staat ge daar
Zijt ge dan niet welgeschapen, zijt ge niet van zessen klaar ?
Schaam je jongens en ga mee, naar de zee, naar de zee !
Schaam je jongens en ga mee, naar de zee, naar de zee !
Dat’s een leven van plezieren, dat’s een leven van stavast
Zoo de wereld rond te zwieren, in het topje van de mast !
Thuis te zijn op ied’re ree ! Kom ga mee, naar de zee !
Thuis te zijn op ied’re ree ! Kom ga mee, naar de zee !
Laat ze pruilen, laat ze druilen, laat ze schuilen aan het strand;
Loopt Jan Salie op zijn muilen, Jan Couragie kiest het want !
Hola, bootsman ! Alle ree ? Wij gaan mee, naar de zee !
Hola, bootsman ! Alle ree ? Wij gaan mee, naar de zee
HOLLANDS VLAG
Hollands vlag, jij bent mijn glorie
Hollands vlag, jij bent mijn lust,
'k Roep van louter vreugd victorie
als ik je zie aan vreemde kust
'k Roep van louter vreugd victorie
als ik je zie aan vreemde kust
Op de zee en aan de wal
Hollands vlag gaat bovenal
Op de zee en aan de wal
Hollands vlag gaat bovenal
Zijn er reiner, blijer kleuren
of je vaart in Noord of Zuid?
Heel de lucht schijnt op te fleuren
strijkt z'er op haar frisheid uit
Heel de lucht schijnt op te fleuren
strijkt z'er op haar frisheid uit
En je Hollands hart wordt wee,
wappert met haar dundoek mee
En je Hollands hart wordt wee,
wappert met haar dundoek mee
Als je haar in vreemde baaien,
mijlen ver van eigen strand,
zwierig van de mast ziet waaien
als een groet van 't vaderland
zwierig van de mast ziet waaien
als een groet van 't vaderland
voel j'een vreemd soort verheugenis
voel je recht, hoe mooi zij is
voel j'een vreemd soort verheugenis
voel je recht, hoe mooi zij is.
IK HOU VAN HOLLAND
Holland, met je koetjes en je weiden,
Ik mag jou zo gaarne lijden. Met je molens aan de vliet.
Holland, al trek ik naar vreemde stranden
En doorkruis ik alle landen,
Jou vergeten doe ik niet. Refrein:
Ik hou van Holland, ‚t Landje aan de Zuiderzee.
Een stukje Holland draag ik in mijn hart steeds mee.
Daar waar de molens draaien in hun forse kracht,
en waar de bollen bloeien in hun schoonste pracht.
Ik hou van Holland, met je bossen en je hei,
jouw blonde duinen in bonte rij.
Op heel deez‚ grote aard, al ben‚k van huis en haard,
is‚t kleine Holland mij het meest waard!
Holland, wat aan schoonheid jij kan schenken,
is geen plekje te bedenken. Waar‚k het ooit zo heerlijk vond
Denk ik aan je mooie zee en stranden.
Blijf ik jou mijn hart verpanden,
al ga ik de wereld rond.
Refrein:
Ik hou van Holland, ‚t Landje aan de Zuiderzee.
Een stukje Holland draag ik in mijn hart steeds mee.
Daar waar de molens draaien in hun forse kracht,
en waar de bollen bloeien in hun schoonste pracht.
Ik hou van Holland, met je bossen en je hei,
jouw blonde duinen in bonte rij.
Op heel deez‚ grote aard, al ben‚k van huis en haard,is‚t kleine Holland mij het meest waard!
WILHELMUS
Wilhelmus van Nassouwe ben ick van Duitschen bloet;
Den Vaderlant ghetrouwe blijf ick tot in den doet;
Een prince van Oranje ben ick vrij onverveert;
Den coninck van Hispanjen heb ick altijd ghe-eert.
Mijn schild ende betrouwe sijt ghy, o Godt, mijn Heer !
Op u so wil ik bouwen, verlaat mij nimmermeer !
Dat ick doch vroom mag blijven, U dienaar t’allerstont,
Die tyrannie verdrijven, die mij mijn hert doorwont. |